top of page
Data Processing_edited.jpg

PCA - test

Je gaat nu de PCA test invullen. PCA staat voor Persoonlijke Capaciteit Analyse. De bedoeling van deze test is niet om te oordelen over jou, of om je kensen net wèl of niet te geven. De bedoeling is om inzicht te krijgen in wat vandaag jouw sterktes zijn, en om potentiële valkuilen te detecteren. De analyse zal ook inzicht geven in hoe bepaalde communicatieve uitdagingen ontstaan, en je advies geven om bepaalde valkuilen te vermijden. Je zal zelf het resultaat ook ontvangen. 

Lees dit voor je de test invult.

  1. Er is geen goed of fout op deze test. Maak je dus geen zorgen als je antwoord iemand wèl of niet zal bevallen. Niemand krijgt trouwens nadien de specifieke vragen te zien. Enkel het analyse van de test.

  2. Vul niet in hoe je zou willen zijn. Vul ook niet in wat je denkt dat je zou moeten antwoorden. Vul de test eerlijk in. Nogmaals... individuele antwoorden worden niet gedeeld nadien, en hebben los van het geheel ook geen betekenis.

  3. Keer ook niet meer terug. Geantwoord is geantwoord. Er is een reden waarom je instinct de voorkeur aan een antwoord gaf.


Maak je verder geen zorgen. Individuele antwoorden worden niet gedeeld, en nadien worden ook je resultaten enkel met jezelf en (indien zo overeengekomen) met je leidinggevende gedeeld.


De test neemt gemiddeld zo'n 10-tal minuten in.

Kies telkens de stelling die het mééste bij je past of van toepassing is bij jou.

Sommige stellingen zullen op elkaar lijken. Soms zul je beide stellingen herkenbaar vinden. Soms zul je geen van beide herkennen bij jezelf. Kies toch telkens het antwoord die het dichtst bij jou aansluit.

Vraag 1
1. Ik geef graag uitleg.
2. Ik help graag.
Vraag 2
1. Ik heb snel medelijden met andere mensen.
2. Ik ben steeds bereid om compromissen te sluiten.
Vraag 3
1. Ik ben vriendelijk tegenover iedereen.
2. Ik ben plichtsbewust.
Vraag 4
1. Ik heb bewondering voor sterke persoonlijkheden.
2. Ik trek me terug bij conflicten.
Vraag 5
1. Ik ben schuchter / verlegen.
2. Ik vecht gemakkelijk dingen aan.
Vraag 6
1. Ik durf dingen die algemeen aanvaard worden betwijfelen of in vraag stellen.
2. Ik laat niet met mijn voeten spelen.
Vraag 7
1. In conflicten kom ik voor mijn mening uit.
2. Ik ben graag de beste.
Vraag 8
1. Ik begin zelf te organiseren als er iets niet efficiënt verloopt.
2. Ik zet mijn persoonlijke mening opzij om ruzie of conflict te vermijden.
Vraag 9
1. Ik bescherm mensen die niet sterk in hun schoenen staan.
2. Ik hou me aan afspraken.
Vraag 10
1. Ik vind het heel erg als iemand me niet sympathiek vindt.
2. Ik ben bescheiden.
Vraag 11
1. Ik doe mijn best om een saaie uitleg toch te volgen.
2. Ik neem pas iets aan als ik er een bewijs van heb gezien.
Vraag 12
1. Ik kan me gemakkelijk verontschuldigen.
2. Ik kan eisen stellen aan anderen.
Vraag 13
1. Ik verdraag het niet als ik beperkt wordt gehouden.
2. Ik kom op een onafhankelijke, rationele wijze tot beslissingen / ik kan op eigen houtje beslissingen nemen.
Vraag 14
1. Bij een moeilijke beslissing kan ik de knoop doorhakken.
2. Wat men van mij vraagt, voer ik zo goed mogelijk uit.
Vraag 15
1. Ik kan gemakkelijk iemand iets vergeven.
2. Ik twijfel vooraleer ik iets zeg of doe.
Vraag 16
1. Ik zal snel anderen verontschuldigen.
2. Ik klaag over scheefgegroeide toestanden.
Vraag 17
1. Ik schik me gemakkelijk naar wat de meerderheid heeft beslist.
2. Ik ben recht voor de vuist, ik ben direct.
Vraag 18
1. Ik hou me op de achtergrond.
2. Ik praat gemakkelijk over mezelf.
Vraag 19
1. Ik neem veel initiatief in de groep.
2. Ik ben vlug verveeld met een situatie die niet naar wens verloopt.
Vraag 20
1. Ik troost graag.
2. Ik ben in staat tot gefundeerde kritiek.
Vraag 21
1. Ik ga met iedereen akkoord.
2. Ik zet zeer vervelende of opdringerige personen op hun plaats.
Vraag 22
1. Ik krijg graag raad.
2. Ik kan voor mezelf zorgen.
Vraag 23
1. Ik maak duidelijke afspraken.
2. Ik protesteer als iets niet volgens de regels verloopt.
Vraag 24
1. Ik voel me vlug verantwoordelijk.
2. Ik kan streng zijn als het nodig is.
Vraag 25
1. Ik ben meegaand.
2. Ik durf me te tonen zoals ik ben.
Vraag 26
1. Ik zorg ervoor dat iedereen een deel van de opdracht krijgt.
2. Ik klaag onrechtvaardigheden op een ondubbelzinnige manier aan.
Vraag 27
1. Ik zorg ervoor dat iedereen aan zijn trekken komt.
2. Ik stel hoge eisen aan mezelf.
Vraag 28
1. Ik neem steeds de leiding.
2. Ik weet wat ik kan.
Vraag 29
1. Ik ben behulpzaam.
2. Ik kan instructies geven.
Vraag 30
1. Ik werk graag samen met anderen.
2. Ik geef graag.
Vraag 31
1. Ik respecteer gezag.
2. Ik heb snel vertrouwen in anderen.
Vraag 32
1. Ik ben in staat tot zelfkritiek.
2. Ik heb snel vertrouwen in anderen.
Vraag 33
1. Ik ben niet gemakkelijk te overtuigen.
2. Ik ben gereserveerd / Ik kom niet makkelijk los / Ik laat me niet gemakkelijk gaan.
Vraag 34
1. Ik plaag anderen graag.
2. Ik verdraag het niet om kort gehouden te worden. Ik hecht veel belang aan persoonlijke vrijheid.
Vraag 35
1. Ik durf in grote groepen het woord nemen.
2. Ik heb geen schrik voor openlijke meningsverschillen.
Vraag 36
1. Ik zoek zo weinig mogelijk moeilijkheden.
2. Ik maak aan anderen duidelijk hoe ze te werk moeten gaan.
Vraag 37
1. Ik pas me aan.
2. Ik verzorg me graag.
Vraag 38
1. Ik laat anderen met rust.
2. Ik zet mijn persoonlijk mening opzij om ruzie te vermijden.
Vraag 39
1. Ik ben op mijn hoede voor snelle beslissingen.
2. Ik hou me aan afspraken.
Vraag 40
1. Ik kan gemakkelijk tegenover meerderen iets weigeren.
2. Ik twijfel vooraleer ik iets zeg of doe.
Vraag 41
1. Ik meet me graag met anderen.
2. Ik ben niet gemakkelijk te overtuigen.
Vraag 42
1. Ik doe mijn best om een saaie uitleg toch te volgen.
2. Ik kan een groepsactiviteit leiden.
Vraag 43
1. Ik ben in staat tot zelfkritiek.
2. Ik voel me vlug verantwoordelijk.
Vraag 44
1. Ik protesteer als niet alles volgens de regels loopt.
2. Ik vind het zeer erg als iemand me niet sympathiek vindt.
Vraag 45
1. Ik kan eisen stellen aan anderen.
2. Ik voer zo goed mogelijk uit wat men van mij vraagt.
Vraag 46
1. Ik ben vol zelfvertrouwen.
2. Ik ben bescheiden.
Vraag 47
1. Ik trek me terug bij conflicten.
2. Ik begin zelf te organiseren als er iets niet efficiënt verloopt.
Vraag 48
1. Ik kom in opstand tegen onrechtvaardigheid.
2. Ik ben behulpzaam.
Vraag 49
1. Ik klaag onrechtvaardigheid op een ondubbelzinnige manier aan.
2. Ik heb snel vertrouwen in anderen.
Vraag 50
1. Ik ben graag de beste.
2. Ik heb bewondering voor sterke persoonlijkheden.
Vraag 51
1. Ik durf dingen betwijfelen die algemeen aanvaard worden.
2. Ik geef graag uitleg.
Vraag 52
1. Ik laat niet met mijn voeten spelen.
2. Ik heb snel medelijden.
Vraag 53
1. Ik kom op een onafhankelijke, rationele wijze tot beslissingen.
2. Ik ben vriendelijk tegen iedereen.
Vraag 54
1. In conflicten kom ik recht voor mijn mening uit.
2. Ik maak duidelijke afspraken.
Vraag 55
1. Ik durf in grote groepen het woord nemen.
2. Ik bescherm de zwakken.
Vraag 56
1. Ik durf me te tonen zoals ik ben.
2. Ik maak aan anderen duidelijk hoe ze te werk moeten gaan.
bottom of page